23 februari 2018

Strandinventarisaties: Scheveningen, Katwijk en Langevelderslag


Terug



door waarnemer Wim Voortman, met bijdragen van Ellen van der Niet en Marijke Kooijman >>

Zaterdag 17 februari 2018: gecoördineerde strandinventarisaties bij de haven van Scheveningen, bij Katwijk en bij Langevelderslag

Strandvondsten in het 5000-soortenjaar

We hebben in het kader van het 5000-soortenjaar op drie plaatsen tegelijk gekeken naar strandvondsten. Uiteraard wilden we graag ‘nieuwe’ soorten scoren om de 5000 te halen, maar we wilden ook zien of de vondsten erg zouden verschillen.

Bij Katwijk en Langevelderslag werd er op strand geïinventariseerd, in Scheveningen op het havenhoofd aan de zuidkant van de buitenhavenkom en ook op het strand. De omstandigheden konden haast niet beter: extreem laag water door springtij en oostenwind, en rustig en zonnig weer, wat het buiten bepaald aangenaam maakte. Het was half februari en het leek net voorjaar.

(foto Kim van Holsteijn)

Zoeken op het havenhoofd in Scheveningen

De inventarisaties stonden voor iedereen open, maar op Scheveningen waren er vooral ‘officials’: de hele kern van de strandwacht Den Haag-Kijkduin (die allemaal ook IVN-gids zijn), Vincent Kalkman van Naturalis/EIS, Hester Heite en Inge Stolwijk van Fonds 1818, Casper Zuyderduyn van Staatsbosbeheer, Kim van Holstein van Dunea en niet te vergeten Jeannette Parramore van het radioprogramma Vroege Vogels, die diverse aanwezigen geïnterviewd heeft. De uitzending is op zondag 24 februari (NPO Radio1, tussen 7 en 10 uur ‘s morgens).

De belangstelling van publiek ‘van buiten’ had groter kunnen zijn. Voordeel daarvan is natuurlijk, dat de mensen die wel gekomen waren, ook echt geïnteresseerd waren, en dat er genoeg IVN-gidsen waren om uitleg te geven. Op Scheveningen waren er maar vijf echte bezoekers: Nellie Klaassen en haar 9-jarige zoon Mica, Josée van Oers en Rob Westerduin, die wel vaker meeloopt met de strandwacht in Kijkduin, en de moeder van een van de dames van Fonds 1818.

Casper Zuyderduyn was er vooral op uit om de rotsspringer te vinden, een primitief insect dat op een zilvervisje lijkt. Op zoek daarnaar vond hij eerst een havenpissebed, die door diverse deelnemers gretig gefotografeerd werd, en uiteindelijk ook de gezochte rotsspringer. Later hebben Vincent en Caspar op het havenhoofd ook nog een groene zeepissebed gefotografeerd. Even hebben we daarbij aan een exoot gedacht, maar het was praktisch zeker toch de tamelijk algemene Idotea granulosa. Tja, je moet jezelf niet te snel rijk rekenen.

Havenpissenbed (foto Casper Zuyderduyn)

 

Het Scheveninger strand op

Na de inspectie van de muur van het havenhoofd zijn we ook nog even naar het strand gegaan. Dat was vooral erg leeg, maar een paar honderd meter verderop was een grote plek met ‘oostenwindmateriaal’: heel veel stukjes donkerbruin hout dat waarschijnlijk in oude veenbanken gezeten had, met daartussen allerlei klein spul. Daar hebben we ook nog de nodige soorten uit gehaald, zoals een paar levende muiltjes, doubletten zaagjes, wat onderdelen van krabben, een tweetal slibanemonen en ook de tussen dit materiaal gebruikelijke witte dunschalen, zeeboontjes en wenteltrapjes. Ook lagen er nogal wat opvallend grote exemplaren van de Amerikaanse zwaardschede. Stormslachtoffers van 18 januari?

Het strand van Noordwijk

Ook bij Langevelderslag hield het aantal deelnemers met 8 (en 1 hond) niet over, wat een goede excursie overigens niet in de weg stond. Het was een gevarieerd gezelschap, van volslagen leken tot een ‘echte’ malacoloog (slakkenkundige). Ook daar werd druk gezocht, geschreven, gefotografeerd en gedetermineerd. Het zag ernaar uit dat de zee ook op dat deel van het strand nog steeds zijn schatten vrijgaf, die tijdens de storm van 18 januari losgeslagen waren uit hun woonomgeving. De excursie werd geleid door natuurgids-strandwacht Ellen van der Niet, die bijgestaan werd door natuurgids Tessa Yanover, alias Moedertje Groen.

De deelnemers leerden hoe je een waarneming eenvoudig kunt doorgeven met de app ObsMapp en dat je voor het doorgeven van een waarneming moet weten of het om een enkele schelp, een doublet of een schelp met vleesresten gaat. En ze leerden ook dat je op de hoogwaterlijn ander aanspoelsel vindt dan op de laagwaterlijn.

De parelmoerneut van Katwijk

Bij Katwijk is er met vijf personen geïnventariseerd. Heel blij was men daar met de vondst van een parelmoerneut, die verre van alledaags is.

Drie strandinventarisaties vergeleken

En verschilden de vondsten? Dat viel wel mee. Uiteraard vind je op het zand geen rotsbewoners. Maar de zoektochten op het zand leverden geen opvallende verschillen in soorten op, wel in aantallen. Katwijk en Langevelderslag scoorden hogere aantallen per soort dan Scheveningen, maar dat is al jaren zo.

Bij Langevelderslag zijn zes krabbensoorten gevonden en daar bekeken de deelnemers de verschillen tussen gewone en grijze zwemkrab, een zeldzame soort die op het strand steeds vaker gezien wordt. Ook zijn daar de strandkrab, breedpootkrab en noordzeekrab gevonden. Op Scheveningen hebben we bijna dezelfde krabbensoorten gevonden, maar daar troffen we ook nog twee rugschilden van de fluwelen zwemkrab aan en een poot van een Chinese wolhandkrab.

Een aardige vondst bij Langevelderslag was een erwtenkrabbetje, dat in een grote strandschelp werd gevonden. Deze piepkleine soort leeft in de mantelholte van een levende schelp. Je kunt ze nogal eens vinden in grote mossels (‘mosselteek’). Ze doen daar geen kwaad en maken de mossels niet oneetbaar.

Bij Langevelderslag werden ook twee dode vissen gevonden. Gelukkig kan zo’n waarneming gedetermineerd worden door experts, wanneer je een foto bijvoegt bij het invoeren van je waarneming op waarneming.nl. Op Scheveningen vonden we een kop van een platvis bij het havenhoofd. Waarschijnlijk was het een stuk van een schar, die daar nogal eens gevangen worden door hengelaars.

Er werd op de hoogwaterlijn bij Langevelderslag fanatiek gezocht naar haaien- en roggeneieren, en vlak voor het eindpunt werd die moeite beloond: Adinda, de jongste deelnemer (13) vond kort na elkaar twee eikapsels van de stekelrog (Scheveningen: één).

Strandexcursies onder deze omstandigheden zijn een goede reclame om bij een breed publiek belangstelling te wekken voor het leven langs en op de kust. Alle deelnemers zijn behoorlijk aan hun trekken gekomen en we mogen er gerust van uitgaan, dat iedereen een leuke ervaring en soms veel kennis rijker naar huis is gegaan.