28 augustus 2018

Missie geslaagd


Terug



door Nick Peeters >>

Al maanden keken we er naar uit: de vliegtijd van het blauw weeskind. Een nachtvlindersoort die volgens waarneming.nl slechts één keer eerder binnen Nationaal Park Hollandse Duinen is gezien.
Dit was in september 2010 en betrof twee dode exemplaren in een deel van Meijendel, maar waar precies was niet bekend. Dan zit er dus maar een ding op: uitzoeken welk habitat de soort prefereert en waar dit te vinden is. Zo doende zijn August van Rijn en ik op 25 augustus naar een in mijn ogen geschikte plek gegaan. Eenmaal aangekomen op de uitgekozen locatie maakte we gelijk de eerste smeerplekken aan. Al wandelend door gebied besproeide we zo’n dertig bomen met het smeersel waarbij al verschillende soorten nachtvlinders voorbij vlogen: genoeg activiteit. Dat biedt hoop! 

Toen het eenmaal goed donker was zijn we begonnen met het nakijken van de smeerplekken. Het begon al goed met diverse geelvleugeluilen, grote worteluilen en zwarte-c-uilen. Stuk voor stuk bekeken we de aanwezige vlinders en noteerden de aantallen. Tot het moment daar was. Op een dunne abeel waar het smeer amper op te zien was, zag ik een afwijkend iets. Even goed kijken en mijn hart sloeg een keer over. Compleet verrast en verbaasd kwam er nog maar net ”blauw weeskind” uit, waarna mijn mond toch zeker een minuut open heeft gestaan. 

Voorzichtig de eerste plaatjes van veraf gemaakt als bewijs, waarna er een vreugdekreet uit werd gegooid. Dit liet het weeskind schrikken waarna hij een eindje van de boom af vloog. Gelukkig ging hij een paar meter verder op de grond zitten en kon het goed fotograferen beginnen. Wat een schitterend beest! Trillend van de adrenaline heb ik een paar foto’s gemaakt en het een ander gemompeld over hoe bizar het was en ‘dat het gewoon gelukt was’ enzo. We hebben de route hierna nog een keer gelopen in de hoop op een tweede exemplaar, maar dat is helaas niet gelukt. Wel zagen we twee keer een rood weeskind en twee keer een zwart weeskind foerageren op het smeer. Wát een avond! 

Het blauw weeskind in het algemeen

Het blauw weeskind (Catocala fraxini) is met een voorvleugellengte van 41 tot 48 millimeter de grootste soort uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) in Nederland en wordt voornamelijk gezien in de kustprovincies. Ondanks dat de meeste waarnemingen worden gedaan in de kuststrook kan je deze soort overal in Nederland aantreffen omdat het een trekvlinder is. Dit houdt in dat de vlinders vanaf de plek waar ze uit de pop komen gaan zwerven en op deze manier grote afstanden kunnen afleggen, de trekrichting is vaak afhankelijk van luchtstromen. 

De vlinder heeft een opvallend uiterlijk. Naast zijn enorme formaat beschikt deze soort over twee lichtgrijze voorvleugels met een aantal bruine, golvende lijnen.  Maar de achtervleugels zijn het spectaculairst: een zwartachtige grondkleur met in het midden een helderblauwe band en een witte franje. De blauwe band op de achtervleugels is waar deze soort zijn naam aan dankt. Het vrouwtje van het blauw weeskind zet haar eieren af verschillende soorten populier/abeel (Populus spec.), dit is ook de waardplant voor de rups.

De eieren worden afgezet op de takken van de waardplant. Hier overwinteren de eieren welke in april uitkomen. De rupsen zijn actief vanaf april tot en met juli en eten van het blad van de boom. Als de rupsen zijn volgroeid vind de verpopping plaats in de strooisellaag. De poppen komen enkele maanden later uit waarna de vlinders vanaf juli tot en met half oktober zijn te vinden. De piek in de vliegtijd ligt in augustus en september. De vlinders komen goed op smeer en zijn op deze manier het makkelijkst te vinden. Een andere manier is het gebruik van licht (met een laken en een speciale nachtvlinderlamp) maar daar komt deze soort duidelijk minder goed op af.