25 april 2018

Hommeltelling Hollandse Duinen geslaagd


Terug



door Vincent Kalkman >>

In het weekend van 14-15 april is er in het Nationaal Park Hollandse Duinen een hommeltelling uitgevoerd door EIS Kenniscentrum Insecten. Het doel van deze telling is inzicht te krijgen in de aantallen hommels in de verschillende duingebieden. En ook naar welke soorten in het duin dominant zijn.

In totaal hebben zo’n 20 mensen meegeholpen met de telling en zijn 12 trajecten van tussen de 2 tot 5 kilometer geteld. In totaal zijn er 326 hommels geteld behorende tot de zes algemene soorten. Maar liefst 70% van de gedetermineerde individuen behoorde tot het aardhommelcomplex en 20% bestond uit akkerhommels. De boomhommel en tuinhommel zijn beiden minder vaak waargenomen, maar worden dan ook pas later in het jaar actief.

Verschil tussen tuinen en duinen
De verhoudingen in tuinen is duidelijk anders dan in het duingebied. In tuinen zijn weidehommel, steenhommel en akkerhommel een algemenere soort dan in het duin. De aardhommels die in de duinen voorkomen behoren tot een complex van vier sterk op elkaar lijkende soorten. Van deze vier komen er drie in het duin voor: aardhommel, veldhommel en wilgenhommel. Van deze drie zijn alleen mannetjes veldhommel met zekerheid in het veld te herkennen.

Pas later in het jaar, wanneer de eerste mannetjes verschijnen, kunnen we dus een indruk krijgen van hoe algemeen de veldhommel is. Voor het met zekerheid vaststellen van wilgenhommel zijn we afhankelijk van DNA-werk. Later in het jaar zullen daarvoor enkele werksters worden verzameld.

Tijdens de telling viel op dat er in het vroege voorjaar weinig bloeiende planten aanwezig zijn in het duin. Bloeiende sleedoorn wordt weinig door hommels bezocht en verreweg de belangrijkste planten voor hommels in de vroege april maand zijn wilgen en hondsdraf. Het ontzien van grotere wilgen bij werkzaamheden in het duin is dus van waarde voor hommels maar ongetwijfeld ook voor andere bijen en zweefvliegen.