7 juni 2018

Bijzondere libellen in Nationaal Park Hollandse Duinen


Terug



Klaas-Douwe B. Dijkstra >>

Libellen in de duinen

In een tijd waarin er vooral slecht nieuws lijkt te zijn over insecten is er één groep waar het vaak beter gaat: libellen. Sommige soorten van voedselarme en matig voedselrijke vennen doen het slecht, maar door een combinatie van verbeterde waterkwaliteit en warmere zomers doen veel van de 71 Nederlandse soorten het steeds beter. Dit geldt sterk in rivieren en beken, maar ook in het duingebied. Wie daar een kwarteeuw geleden kwam, zou de nu aanwezige soorten niet herkennen. Azuurwaterjuffer, vuurjuffer en glassnijder waren in het binnenland altijd al algemeen, maar begonnen pas zo’n twintig jaar geleden hun opmars in de duinen. De bruine winterjuffer, tengere grasjuffer en vroege glazenmaker waren ooit in het hele land plaatselijk, maar kunnen nu zelfs aan de kust talrijk zijn.

De leukste tijd voor libellen in de duinen is vaak pas in augustus. Het seizoen komt trager op gang dan op de hogere zandgronden, terwijl pas na langere warme periodes met oostenwind allerlei verrassingen komen aanwaaien. Dit jaar dienden deze omstandigheden zich echter al in mei aan. Bij Hoek van Holland werd al tweemaal een weidebeekjuffer gemeld, die deze eeuw nog maar driemaal in Nationaal Park Hollandse Duinen werd gezien. Dit is echter een talrijke soort van stromende wateren in bijna heel Nederland, waarvoor in de regio optimaal biotoop simpelweg ontbreekt. Meer bijzonder zijn de vondsten op plassen met een goede waterkwaliteit en structuurrijke vegetatie, waarvan er door actief beheer steeds meer zijn.

Zeldzaam en gevoelig
Vooral de opkomst van de witsnuitlibellen is opmerkelijk, geen van hen spectaculairder dan de sierlijke witsnuitlibel. Lang gold deze als één van de zeldzaamste en gevoeligste libellen van West-Europa. De liefhebber van kraakhelder water met veel ondergedoken planten, waarvan de volwassen dieren het liefst op drijfblad zitten, leek na 1970 uit Nederland verdwenen. Zwervers bij Winterswijk in 1998 en Maastricht in 2006 bleken een opwarmertje voor vestiging in de Weerribben in 2010. De populatie groeide snel en breidde zich uit over nabijgelegen laagvenen. Eenzame mannetjes bij Assen, Utrecht en Zoetermeer de afgelopen twee jaar lieten al het zwerfpotentieel zien, maar dit jaar vond in de tweede helft van mei een ware invasie plaats. Deze bereikte alle provincies behalve Flevoland en Zeeland, vaak met meerdere dieren (ook de minder opvallende vrouwtjes) bijeen.

Dat er ook in het westen iets op komst kon zijn, bleek aan de gevlekte witsnuitlibel. Deze komt vaak met zijn sierlijke verwant voor, maar zoekt daar vooral een gevarieerde oevervegetatie. De soort kwam tot in de jaren 60 in de Nederlandse duinen voor, maar wordt er pas de laatste twintig jaar weer gezien. In 2012 vond al een kleine invasie plaats in de Hollandse Duinen, waar hij sindsdien regelmatig is. Dit jaar werden echter voor het eerst op meerdere plekken tientallen exemplaren geteld. Eén zo’n plek was de grote plas in Landgoed Backershagen ten zuiden van Wassenaar. Het heldere water en de uitgestrekte velden plompenblad leken ideaal voor de sierlijke witsnuit en inderdaad: op 29 mei werd het eerste mannetje gezien en een dag later zaten er vier op de bladeren, al prefereerde eentje een drijvende Nijlganzenveer!

Waarnemingen in Meijendel
Vier van de vijf witsnuitlibelsoorten zijn nu in Nationaal Park Hollandse Duinen waargenomen. De noordse witsnuit wordt al twintig jaar onregelmatig in lage aantallen gemeld, maar hoewel de venwitsnuitlibel algemeen kan zijn op vennen in het binnenland, was ook hij nog nooit aangetoond. Eind mei fotografeerden Alex Zuijdervliet en Wim van Yperen elk een mannetje bij Monster en Hoek van Holland. Ook de smaragdlibel is talrijk op vennen en in laagveen, maar verdween na 1950 uit het kustgebied. Sinds 2006 is hij weer regelmatig in de Zeeuwse duinen en sinds 2008 ook in Noord-Holland, maar Zuid-Holland moest het doen met één onbevestigde waarneming in Meijendel in 2011. Ook deze soort patrouilleert dit jaar in Backershagen!

De grote vraag is of deze soorten zich in de Hollandse Duinen zullen vestigen. De geschiedenis toont wisselend succes. De bruine winterjuffer was voor 1998 nog nooit in de duinen gezien, maar behoort sindsdien tot de talrijkste soorten. De zwervende heidelibel is na een invasie in 1996 niet weggeweest, maar blijft wel schaars. De vuurlibel wordt al sinds 1996 gezien, maar enkel met zwervers en kortstondige vestiging: er zijn geen waarnemingen in tien van de afgelopen twintig jaar. Deze Afrikaanse en Mediterrane soort is echter pas een kwarteeuw standvastig in Nederland en kan nog maar in de laatste tien jaar overal in het land aangetroffen worden. Zijn beste tijd in het duin komt vermoedelijk nog. Tussen de witsnuiten bij Backershagen werd al een vuurrood mannetje opgemerkt…

Wie zelf het rijke libellenleven bij deze prachtige plas wil bewonderen kan dat makkelijk vanaf een vlonder en omringend wandelpad doen (suggesties voor wandelingen via deze link en deze link),