7 augustus 2018

Artikel in Trouw: Twee mannen hopen dit jaar 7500 dieren en planten te vinden – en ze zijn al aardig op weg


Terug



Afgelopen zaterdag verscheen onderstaand artikel in Trouw, geschreven door Monica Wesseling, foto’s gemaakt door Inge van Mill  

Insecten, grassen, mossen, planten, vogels, dieren: wat leeft er allemaal in de Nederlandse duinen? Waarnemers knielen, graven, turen en wachten: op naar de 7500!

Ze kijken raar op, de twee langswandelende toeristen als twee mannen vanaf het fietspad pardoes het afgesloten duin in lopen, een van hen op de knieën valt en de ander wild met een net begint te zwaaien. Ze kijken raar op, zeker als de twee beginnen op te sommen. “Blauwvleugelsprinkhaan, roodborsttapuit juveniel, duinsterretje, met duindaalder, vale clausilia, slangenkruid, Jacobskruiskruid, langsprietdaas, bruinrode glasvleugelwants, muurpeper, hondstongsnuitkever. Zo, toch mooi elf soorten binnen een minuut. Niet dat het altijd zo gaat hoor, maar het zegt natuurlijk wel iets. Even kijken of er nog een reigersbekrandwants onder de reigersbek zit.” Gretig gegraaf begint.

Een normaal gesprek voeren met de twee, Casper Zuyderduyn van Staatsbosbeheer en Vincent Kalkman van EIS Kenniscentrum/Naturalis is ten enenmale onmogelijk. Springend, zwaaiend, knielend, gravend, kruipend en hoppend struinen ze door het duin. Soort na soort wordt van een naam voorzien, veelal mompelend, omdat het ‘een oude’ is.

Plaats van delict is de Hollandse Duinen, een Nationaal Park in oprichting dat zich uitstrekt van Hoek van Holland tot Langevelderslag en een oppervlakte heeft van 200 vierkante kilometer. Het landschap is er uiterst gevarieerd: van stuifzand tot veenweide en van loofbos tot duinvallei. “Juist daarom bedachten we, de terreinbeheerders en EIS Kenniscentrum Insecten, dat het mooi zou zijn te proberen binnen één jaar 5000 verschillende planten en dieren te vinden. Lijkt misschien onmogelijk, maar we zitten nu al op 5192 en het jaar is pas halverwege”, vertelt Zuyderduyn met enige trots in zijn stem. Hij wijst naar een plukje gras – “knopsprietje, let op de knopvormige antennen” en weg is hij weer. De toeschouwer blijft stomverbaasd achter. Een beest? Waar dan?

Veel soorten
Ruim 5000 waarvan 1000 al meteen in de eerste week van januari. “Er lag geen sneeuw, dus de bryologen en lichenologen konden lekker losgaan. In die eerste week zijn dan ook al meteen 134 soorten korstmossen en 86 soorten mossen benoemd”, vertelt Kalkman.
Hijzelf was in die eerste week vooral verbaasd over hoeveel insecten er al in de winter te vinden zijn. Zwaaiend met een net, de vegetatie geselend met ferme meppen om zoveel mogelijk insecten te vangen, vervolgt de wantsenliefhebber: “Vanaf het begin ging het gelijk als een speer. Inmiddels durven we stiekem op 7500 soorten te hopen. Een deel van de waarnemers is nog van de oude stempel en noteert in een zakboekje en voert pas later in, in plaats van de waarneming direct via een smartphone door te geven.”

En veel entomologen moeten hun vangsten nog op naam brengen. Er staan verspreid in het gebied onder meer vier malaisevallen – een soort tentjes -, potvallen in de grond en vallen voor houtbewonende kevers opgesteld die geregeld worden geleegd. “Bovendien vangen we met netten. Dat levert duizenden insecten en spinnen op. En al die beesten moeten – vaak met behulp van een microscoop – worden gedetermineerd.”
Dat betere kijken levert wellicht ook de vondst van een voor Nederland nieuwe soort. Zo is het nog spannend voor wat betreft een aantal vliegen en is een stofluis (geen echte luis) zelfs naar een buitenlandse expert gestuurd om de determinatie te laten controleren.

Biodiversiteit
Nieuwe soorten én soorten die na jaren zijn teruggevonden. Zo is de keizersmantel, die jarenlang afwezig was in Nederland, sinds 2014 weer in aantal in het duingebied Meijendel aanwezig.
Duizenden soorten in een gebied dat jaarlijks door honderdduizenden bezoekers wordt bezocht, dat door honden wordt bescheten en vervuild wordt door dikke lagen fijnstof, roet en ander schadelijke stoffen afkomstig van industrie, vliegverkeer, wegverkeer en landbouw. Pure biodiversiteit in een tijd waarin niets dan zorgen lijken te zijn over vermesting, verdroging, vergrassing en verstruweling, verzuring, verruiging en verstoring van de natuur. Hoe is dat mogelijk?
Kalkman: “Veel van die narigheid speelt hier ook. Er zijn de afgelopen decennia veel soorten verdwenen.” Gewoon wat voorbeelden. Toegenomen recreatie leidt tot het verdwijnen van de wulp als broedvogel, door de vermesting en vergrassing raakten we de tapuit en duinparelmoervlinder kwijt, door verdroging verdwenen populaties van orchideeën.
“Veel verdween, maar een enorme rijkdom rest. Dat een groot deel van het duingebied ongeschonden en niet bebouwd is, hebben we te danken aan het water. De duinen zijn van groot belang voor het drinkwater van steden als Den Haag. De rijke schakering aan landschappen, leefgebieden dus, is de basis voor de rijkdom aan dieren en planten. Veen kent totaal andere planten en dieren dan halfopen duin, strand, zee of landgoedbos”, verklaart Kalkman die alweer een krekelwants, een borstelroofvlieg en een holenwielwebspin te pakken heeft en benoemt.

Zuyderduyn vult aan: “Bovendien hebben de beheerders van het toekomstig landschap en met name Staatsbosbeheer, het Zuid-Hollands Landschap, Dunea en Waternet heel veel maatregelen getroffen om de nadelen van ‘ver’s,’ te verzachten en ongewenste exoten terug te dringen. Het uitgraven en maaien van vochtige duinvalleien bracht vochtminners als moeras-wespenorchis en parnassia terug, de blauwvleugelsprinkhaan profiteerde van het openmaken van stuifzand, rooien van vogelkers bevoordeelde inlands loofhout als zomereik en beuk en begrazing het duinviooltje.”

Ongeduldig
Wat ongetwijfeld ook meespeelt, is het enorme aantal waarnemers (nu 1400) en waarnemingen (120.000); aantallen die naar verwachting nog zullen stijgen tot respectievelijk 2000 en 250.000. Waarnemers die de meest uiteenlopende technieken gebruiken. Er wordt gegraven, met licht gevangen, met batdetectoren rondgesjouwd, sleepnetten worden door de branding getrokken en er wordt vooral veel geknield, getuurd en gewacht.
Inmiddels wordt Zuyderduyn knap ongeduldig. Vorige maand heeft hij acht exemplaren van de bruine eikenpage gevonden, een vlindersoort die hier al twintig jaar niet meer aangetroffen was, en hij wil die heel graag laten zien.

Even later, in een bebost deel, schudden beide mannen hartstochtelijk aan kwijnende kleine eikjes – de waardplant van de vlinder. Na de negende houden ze het voor gezien: de vliegtijd is voorbij.
Het wel heel dode konijn even verderop ‘telt niet mee’. Konijnen zijn al waargenomen en op de lijst gezet. De drie kevers en vijf bromvliegen die eruit kruipen bieden hoop. Nummer 5193?

Zelf op jacht naar soorten
Iedereen kan meedoen met de soortenjacht; kenners én leken. Waarnemingen kunnen worden doorgegeven op www.waarneming.nl. Iedereen wordt aangeraden waarnemingen zoveel mogelijk met foto’s te documenteren.
In het kader van het 5000-soortenjaar worden er ‘om de haverklap’ excursies gegeven. Mossenliefhebbers, vogelaars, paddestoelfanaten, gezinnen, kinderen, (amateur-)botanici; voor iedereen is er wel een. www.5000soortenjaar.nl